H4

Uitgever: ABC Methode: Lasca Niveau: VWO Leerjaar: 5
Frans Nederlands
1 Inciter à Aanzetten tot
2 Céder à Bezwijken/vallen voor
3 Avertir Waarschuwen
4 Quitter Weggaan
5 C'est que Het is zo dat
6 En tant que Als/in de functie van
7 Attirant Aantrekkelijk
8 Avoir affaire à Te maken hebben met
9 Le mensonge De leugen
10 L'abus (m) Het misbruik
11 À travers Door middel van
12 À l'inverse de In tegenstelling tot
13 Par la suite Vervolgens
14 Lorsque Toen
15 Par rapport à Met betrekking tot
16 D'ailleurs Overigens
17 Figurer parmi Voorkomen in
18 La qualitié De eigenschap
19 L'étude (v) Het onderzoek
20 Aveugle Blind
21 Le cerveau De hersenen
22 Se mettre à Beginnen te
23 Se tromper Zich vergissen
24 Le souvenir De herinnering
25 Mensonger Leugenachtig
26 Inversement Omgekeerd
27 Contenir Bevatten
28 Lors de Tijdens
29 Conduire Leiden/sturen
30 Inconsciemment Onbewust
31 Autant Evenveel
32 Le repère Het herkenningspunt
33 Intervenir Tussenbeide komen
34 Agir Handelen
35 Waarschuwen Avertir
36 Aangaan Concerner
37 Verleiden Séduire
38 Nadenken Réfléchir
39 Nodig hebben Avoir besoin de
40 Nuttig Utile
41 Liever, eerder Plutôt
42 De eigenschap La qualité
43 Waarderen Apprécier
44 De voorkeur La préférence
45 Het merk La marque
46 De leugen Le mensonge
47 De boodschap Le message
48 Het doel L'objectif/Le but
49 Het gevolg L'effet
50 Daarentegen Au contraire
51 Echter Pourtant
52 Het experiment (v) L'expérience
53 De consument Le consommateur
54 Aantonen Montrer
55 De keuze Le choix
56 Bewijzen Prouver