Omgaan met verschillen tussen leerlingen: zó pak je dat aan

Aniek

Je wil als docent niets lievers dan een les geven die perfect aansluit bij de verschillende leerniveaus van kinderen in jouw klas. Met differentiatie kan je inspelen op de verschillen tussen leerlingen. Hierbij kan je denken aan leerstijl, tempo, niveau of persoonlijke voorkeuren. Maar, hoe pak je dat aan? Hieronder leggen wij 3 manieren van differentiëren uit en hoe je het kan toepassen in je eigen les.

1. Differentiatie naar tijd/tempo

Elke leerling heeft een ander leertempo. De ene leerling racet door de lesstof heen, terwijl de andere leerling achterblijft. Hoe kan je het beste met deze verschillen tussen leerlingen omgaan? Door middel van tempodifferentiatie. Hier houd je rekening met hoeveel tijd leerlingen nodig hebben om de stof te verwerken. Een manier om dit te doen is door de klas op te splitsen in twee groepen, die je een andere hoeveelheid opdrachten kan laten maken.

In WRTS kan je groepen maken voor je klas en hierin oefenmateriaal klaarzetten. Zo kan je in de ene groep meerdere woordenlijsten klaarzetten dan in de andere groep, of in de ene groep de lesstof aanbieden in quizzen en in de andere groep juist niet.

2. Differentiëren in instructie

Er zullen altijd leerlingen zijn die baat hebben bij extra uitleg, maar ook leerlingen die daar geen vraag naar hebben. Om erachter te komen welke leerlingen meer uitleg nodig hebben en welke leerlingen niet, kan je ze bijvoorbeeld een quiz laten maken. Op basis van die resultaten kan je de klas in twee instructiegroepen delen. Wie de lesstof goed genoeg beheerst, kan je zelfstandig laten leren. Je kan leerlingen bijvoorbeeld hun favoriete laten leermethode kiezen waardoor ze op hun eigen manier en in hun eigen tempo de woorden en begrippen kunnen leren. De leerlingen die de stof nog niet goed genoeg kennen, kan je extra uitleg geven of verwijzen naar instructievideo’s als verlengstuk van je uitleg.

3. Differentiëren in verwerking

Na de uitleg volgt het moment dat leerlingen de lesstof in de praktijk gaan brengen. Menig docent kan iets roepen zoals: “jullie gaan nu de opdrachten 1 t/m 5 maken”. Bij differentiatie laat je juist je leerlingen kiezen hoe ze het doen. De ene leerling leert beter door een presentatie over het onderwerp te geven, de andere leerling leert misschien meer door een mindmap te maken. Je kan de leerlingen laten kiezen tussen verschillende practicumopdrachten dat gebaseerd is op het beheersingsniveau. Zo kan je bijvoorbeeld de leerlingen die de stof al goed onder de knie hebben een presentatie laten maken en de leerlingen die zich wat meer moeten verdiepen in de stof, een werkstuk laten maken.

Start met lesgeven

Welke manier van differentiëren jij kiest, is volledig afhankelijk van jouw leerdoel. Wil je bekijken hoe je met WRTS kan differentiëren in de les? Maak dan een gratis docentenaccount aan om WRTS te ontdekken.

docent blog

Met een gratis docentenaccount op WRTS kan je het lesgeven een stukje makkelijker maken.